Lesweek 5-6

Deadline
21 december

De opdracht in het kort
In lesweek 5-6 maken jullie een lesopzet waarbij een webtool of social medium centraal staat uit de oorspronkelijke lijst van online toepassingen onderaan de instructiepagina van lesweek 1-2. Je plaatst je lesopzet op dit weblog. Gebruik niet een online toepassing die je zelf al in lesweek 1-2 of lesweek 3-4 besproken hebt.

Je hoeft niet - zoals bij de eerste opdracht - door te geven welke online toepassing je kiest.

Inhoudelijke vereisten
Je lesopzet moet de volgende onderdelen bevatten:

  • Begin met een korte omschrijving van de webtool of het social medium van je keuze. Wat is het? Wat kun je ermee? Waar wordt het voor gebruikt? Informatie over het medium kun je bijvoorbeeld vinden bij de artikelen van je medestudenten. Je kunt via een link ook verwijzen naar de artikelen van je medestudenten. (Voorbeeld: 'Meer informatie over Blogger vind je in het artikel van Piet'.)
  • Geef een stappenplan van je les. Uit welke onderdelen bestaat je les? Wat gebeurt er tijdens deze onderdelen? Gaan de leerlingen werken met een product, dat jij online hebt gemaakt, of moeten de leerlingen zelf een product maken in de online toepassing?
  • Beschrijf wat je leerlingen leren met deze les. Welke kennis en/of vaardigheden doen de leerlingen in deze les op? Aan welke kerndoelen wordt gewerkt?
  • Overtuig de lezer van de meerwaarde van het inzetten van de webtool of het social medium voor deze lesstof. Verwijs hierbij ook naar theorie en/of je eigen ervaring met leerlingen. Waarom leent de webtool of het social medium zich goed voor dit vakonderdeel? Welke (nieuwe) mogelijkheden biedt de online toepassing? Welk proces wordt door de online toepassing vergemakkelijkt? Motiveert het leerlingen? Levert het tijdwinst op? Vergemakkelijkt de online toepassing differentiatie? Werken de opdrachten activerend? Sluit het werken met de online toepassing aan bij (vak)didactische theorieën of modellen (meervoudige intelligenties, leren in vijf dimensies)?
  • Beschrijf de rol van de docent. Wat doet de docent tijdens (de verschillende onderdelen van) de les? Welke didactische aanpak volg je?
  • Beschrijf je voorbereiding en het klassenmanagement. Met welke praktische zaken moet je vooraf rekening houden? Hoeveel apparatuur heb je nodig? Hoe organiseer je de activiteiten in de ruimte? Hoe houd je het overzicht? Werken de leerlingen alleen, in tweetallen of in grotere groepen?
  • Geef aan hoe je de online veiligheid van de leerlingen waarborgt. Welke informatie van je leerlingen komt online te staan? Kunnen derden contact maken met je leerlingen via de webtool of het social medium? Is het mogelijk om binnen de online toepassing een afgeschermde omgeving te maken voor je leerlingen? Geef je je leerlingen instructie over de risico's van het internet?

Dit format voor een lesopzet is een aanpassing van het format dat Erno Mijland gebruikt in zijn 'Ideeënboek Sociale media in het onderwijs'.

Lay-out, opslaan, richtlijnen schrijven voor het web, links, afbeelding, jump break
Voor de lesopzet gelden met betrekking tot deze onderwerpen dezelfde regels als voor het artikel dat je in lesweek 1-2 hebt geschreven. Bekijk de instructie van de opdracht in lesweek 1-2 nog eens voordat je je lesopzet schrijft.

Voeg labels toe
Voeg aan je lesopzet als labels je naam, de naam van de online toepassing en de tekst ´lesopzet´ toe. Je schrijft alles in kleine letters en scheidt de drie delen van elkaar met komma's. Voorbeeld: maarten de meijer, blogger, lesopzet.

2 opmerkingen:

  1. Maarten,

    bedoel je met de kerndoelen waarnaar je refereert onder 'Beschrijf wat de leerlingen leren met deze les' de kerndoelen voor het referentieniveau voor Nederlands waaraan je met je leerlingen werkt? Of bedoel je de kerndoelen die de school hanteert waar jij werkt? Of bedoel je kerndoelen zoals de opleiding die formuleert? HELP!

    Groet,
    Femke

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hallo Femke,

      In wezen kun je denken aan alle voorbeelden die je noemt. Het gaat er maar om dat je omschrijft welke kennis of vaardigheden de leerlingen opdoen. De verwijzing naar de kerndoelen (of referentieniveaus) was bedoeld ter inspiratie.

      Groeten Maarten

      Verwijderen